- Home
- Onderwerpen
- Projecten
- Handhaving Biociden
Handhaving Biociden
Sinds 17 oktober 2007 is de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden van kracht. Uitgangspunt van de wet is dat men middelen met een biocidewerking of een biocideclaim, zoals middelen voor de bestrijding van groene aanslag of huismuizen, alleen in bezit mag hebben, toepassen of verkopen als het middel is toegelaten op de Nederlandse markt. Het verkeerd gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen en biociden kan schadelijk zijn voor mens en milieu. Daarnaast kan het resistentie veroorzaken waardoor de bestrijding van ongewenste organismen in de toekomst steeds moeilijker wordt.
Toelatingstraject niet toegelaten middelen
Het ministerie van VROM constateerde dat er veel biociden op de Nederlandse markt zijn die niet zijn toegelaten. Om toelating van deze biociden mogelijk te maken voerde VROM, in samenwerking met verantwoordelijke ministeries, een overgangsbeleid in. Dit beleid is van toepassing op niet toegelaten biociden die voor 15 september 2009 zijn aangemeld bij het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Op de site van het Ctgb is na publicatie door VROM een actuele lijst met aangemelde middelen beschikbaar.
Controle
In samenwerking met de VROM-Inspectie, de Voedsel en Waren Autoriteit en de waterschappen, controleert de AID vanaf januari 2010 de handel in biociden. Doel van deze samenwerking is het aan banden leggen van de verkoop van niet toegelaten en niet aangemelde biociden. Hoewel de VROM-Inspectie in Nederland toezichthouder is wanneer het gaat om biociden, zijn ook controleurs van de andere diensten bevoegd biocidentoezicht uit te oefenen. De AID richt zich voornamelijk op groothandelaren.
Als handelaren middelen aanbieden die bedoeld zijn om ongewenste organismen (bacteriën, insecten, muizen en dergelijke) te bestrijden of om de effecten daarvan te beperken, is sprake van een biocide. Dat geldt ook voor middelen die aangeprezen worden om de biocidewerking. In die gevallen moet het middel toegelaten zijn. In Nederland mogen alleen toegelaten biociden worden aangeboden en gebruikt. Wanneer een biocide is toegelaten, krijgt deze een zogenoemd toelatingsnummer. Dit nummer, dat bestaat uit vier of vijf cijfers en de hoofdletter N, staat samen met de gebruiksvoorschriften op het etiket (bijv. 12357N). Daarnaast mogen middelen die zijn aangemeld in het kader van het overgangsbeleid ook verkocht worden.
Tijdens de inspectie wordt gekeken of handelaren uitsluitend toegelaten of aangemelde middelen aanbiedt. Ook wordt nagegaan of de etiketten van gewasbeschermingsmiddelen en biociden inzicht geven in de toepassingsmogelijkheden. Sommige biociden zijn slechts toegelaten bij bepaalde activiteiten en/of ongedierte. Het etiket moet duidelijk maken of het middel wel in de voorgenomen toepassing mag worden gebruikt en moet de voorgeschreven waarschuwingssignalen te bevatten.
Professioneel en niet-professioneel gebruik
Tijdens de controle bij groothandelaren wordt tevens beoordeeld of zij voldoen aan de regels die gelden voor gewasbeschermingsmiddelen. In de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden wordt onderscheidt gemaakt tussen professioneel en niet-professioneel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Professionele middelen mogen alleen op de markt worden gebracht of gebruikt door houders van een geldig bewijs van vakbekwaamheid. Omdat het Ctgb met inwerkingtreding van de wet nog niet alle gewasbeschermingsmiddelen had beoordeeld, trad de AID niet sanctionerend op wanneer deze nog niet beoordeelde middelen werden verkocht of gebruikt door personen die niet in het bezit waren van een bewijs van vakbekwaamheid. Dit gold met name voor middelen op basis van MCPA, MCPP en glyfostaathoudende middelen in kleinere verpakkingen met een maximale inhoud van één liter en géén afbeelding van een doodshoofd als gevarensymbool op de verpakking. Inmiddels heeft het Ctgb voor alle gewasbeschermingsmiddelen vastgesteld of deze geschikt zijn voor professioneel of niet-professioneel gebruik. Tijdens de controles wordt nagegaan of groothandelaren in het bezit zijn van een geldig bewijs van vakbekwaamheid. Ook wordt gelet op de wijze van administreren, bij leveringen van middelen voor professioneel gebruik. Voor de verkoop van dergelijke middelen moet men zich ervan vergewissen dat de koper in het bezit is van een bewijs van vakbekwaamheid. Hiervan moet een administratie bijgehouden worden. Bij de verkoop van gasvormige of gasvormende biociden of professionele gewasbeschermingsmiddelen moet de ondernemer zelf ook beschikken over een bewijs van vakbekwaamheid.
Gevolgen van niet naleven
Bij het aantreffen van niet toegelaten en niet aangemelde middelen wordt handhavend opgetreden. De middelen moeten direct uit de handel genomen worden. Groothandelaren hebben de verplichting de producten ook bij zijn afnemers terug te halen. Wanneer er tijdens de controle monsters zijn genomen, wordt na laboratoriumonderzoek beoordeeld of het betreffende middel aan de wetgeving voldoet. Is dit niet het geval, dan zal alsnog handhavend optreden volgen. De wijze van handhaving is afhankelijk van de ernst van de overtreding, maar zal veelal bestaan uit het opleggen van een bestuurlijke boete. Ook bij het niet beschikken over een geldig bewijs van vakbekwaamheid of het niet bijhouden van een juiste administratie kan een bestuurlijke boete worden opgemaakt.
Meer informatie